Doornroosje

En dan slingert mijn pen er gedachten uit,

het blijft niet bij een. Tot vervelens toe

krioelt op papier iets over poriehonger, vraagt

hoe rug en arm gaan tintelen in een normaliter

gevuld bed. Hij is vast te moe om te appen,

bekijkt een of ander random aanbod,

tot hij plots reageert, een verre vlammende vibe.

 

Toch heb ik nu wat melatonine, val

ik, zwaar van de slaap, diep omlaag,

 

kom neer in een echoput van wat eens was  

zuivere lucht, verziekt door uitlaatgassen.

Het schoon ruik je er vaag doorheen, is

van een opdringerig klimmende plant die

rode doorns overwoekert als onkruit.

 

Zo is het leven nu, op deze laatste leefbare uren.

We hebben geen meteorietinslag nodig.

Alleen in de nacht, steeds dichter, leen ik graag

zijn woorden in de app, die de lading beter dekken.

 

 

Reacties zijn gesloten.