Madre solitaria

De wind waait door de kille bomen in een herfst die

al voortduurt sinds de winter is begonnen.

Ik weet nog dat ik je hand voelde, toen je al

onstuimig naar verten joeg. Mijn herinnering aan jou

 

leeft op in deze regen die al maanden duurt.

Van de zomer liepen we hier niet ver vandaan,

in de bergen van Trentino. Je voorspelde dat je

zou emigreren. Het is natuurlijk dat een

 

zoon het land uit gaat, maar niet dat men woon-

plaatsen afsluit voor een ziekte

waar ik misschien in wegzink als ik

niet om leven in je handen kan knijpen.

 

Ik mis je opgewekte stem deze februari,

als ik kijk naar de perzikantracieten krokussen in

de tuin van ons huis van dikke, witte stenen.

 

In drieëntwintig jaar heb ik je voorbereid om te

verdwijnen in dat platte, natte land waar pa, jij

en ik ooit een bloemenpark zagen in zeldzame zon.

 

Ik weet dat je niet als Icarus neerstort in dat

gure, oranje voetballand. Alleen ben ik nog niet

klaar om na jouw Daedalus neer te vallen.

 

Zeg me dat ik je op een dag weer zie als het daar lente wordt,

als virussen zijn gestorven, mensen weer zorgeloos

over straat lopen en een omhelzing geen gevaar meer is.

 

Reacties zijn gesloten.