Lavendel met corona

Vanochtend grote groene sabelsprinkhaan in de woonkamer.
Wat kan ik beginnen tegen zijn reuzensprong als ik hem vang.
Ongrijpbaar, onbestuurbaar als dat doodenge virus.
De hor helpt niet, de monsters springen onverhoeds naar binnen.
We krijgen het klimaat van Biarritz, en Oslo dat van Bratislava, overal
sprinkhanen. Te droge lente. Ze zoeken water in je keuken,
drinken op wat je je arrogant toe-eigent aan vocht en dus ben
 
ik niet christelijk, maar geloof sinds Bolsonaro in het Boek der
Openbaringen. In 2017 verliet ik Alaska voor Canada, gerust
dat wildbranden en vuurtornado’s snel zijn geblust. Dat 
xenofobie ook gauw verdwijnt met Trump, die een eenzame
eendagsvlieg is, omdat Macron, Merkel, Trudeau hem samen
in de greep van hun behendige Trumphandshakes hebben.
 
Ik volg een random Canadees* die last heeft van een
provinciebestuurder, de politicus lijkt een dronken aardbei.
Deze doodgewone man gelooft dat rechtspopulisten zichzelf
uitschakelen. Hij is mijn allerlaatste sprankje hoop,
maar blijft anoniem voor zijn veiligheid. Als een van de
laatsten op Twitter toont hij respect, terwijl fijnstof met
lavendelgeur je longen beslaat in virusdouche – niet alleen
in Zuid-Europa. Zo te zien heeft hij geen Franse naam**.
 
Daar wil ik het nu niet over hebben. Bedenk alleen,
dat met het klimmen der jaren de sprinkhaan een virus lijkt,
dat je beloert en constant wacht om je te bespringen,
met honderden tegelijk, zodra je een mens echt aankijkt.
 
De wereld verliest van een ziekte en heeft er
de leeftijd voor. Hoesten deed ik al, hittekoorts is
bedwongen, lijkt het. Ik ben de nadagen met moeder
Aarde, wij beiden kortademig van lugubere nanospringers.

 


 

* Last Sunday I was reading about the mass murder in Nova Scotia, Canada. My heart is crying with the people over there.

** The Netherlands have an alt-right politician who uses lavender and has a name that sounds French.

 

Reacties zijn gesloten.