Waar was ik ’22 juli’?

Vrijdagmorgen 15 maart om 6 uur zag ik het zeer beroerde nieuws op NOS-Teletekst over tientallen doodgeschoten mensen in Nieuw-Zeeland op een plek waar ze zich thuisvoelen. Vermoord, alleen wegens hun geloof. Je denkt aan degenen die een enorm verlies lijden, aan levens die verloren gaan, gewonde mensen en mensen met een verschrikkelijk trauma. Je vraagt je ook af, waar het naar toe gaat met de wereld.

Door de gebeurtenissen in Christchurch, Nieuw-Zeeland komt de dag van 22 juli 2011 weer levendig bij me terug. Na deze aanslagen in Noorwegen heb ik boeken gelezen van jongeren die ‘Utøya’ overleefden.

Ik beleefde ’22 juli’ zelf als volgt:

De avond voor vertrek plant ik nog een flinke struik witte rozen in de voortuin. ‘Morgen ga ik hier weg, laat ons in vredesnaam daar gaan wonen, waar eerlijker wordt gedeeld’, denk ik. Mijn man pakt de auto de volgende ochtend in, geweldig. Daar heb ik namelijk al helemaal geen zin in. In een hoek staat een enorme foto van een plat stuk Holland. Die is voor de hut van Noorse vrienden, gelegen tussen fjorden.

Nog geen tien kilometer van huis schrik ik op. Ik vergat de foto op het laatste moment. We willen niet terug. Pas in Schleswig krijgen we honger. Het is tien voor drie, de laatste vrijdag dat de Tour de France nog rijdt. De televisie staat aan in het restaurant. Pff, vakantie. Snel nog een fles wijn voor onze vrienden mee, het is bijna half 4. Gauw doorrijden.

Hoe verder naar het noorden, hoe gelukkiger ik me voel. Op de Deense radio probeer ik nog de Tour de France te verstaan, maar mijn Noors is vele malen beter. De auto rijdt gestaag verder door de stromende regen.

In het noorden van Denemarken zit de rit van vandaag erop. Het is kwart voor acht in de avond als we de sleutel van onze kamer in de kro krijgen. Maar eerst eten. Snel een blik op de televisie in het restaurant. Als door de bliksem getroffen zie ik een zeer zwaar aangeslagen Noorse premier in beeld. Puinhopen, oorlogsbeelden. Oslo. Dan een eiland vol met verregende tentjes. Ik kan een kort opschrift lezen: “Meer dan 500 jongeren aanwezig.” Een onverstaanbare Deense stem verdringt Stoltenbergs duidelijke Noors volledig……

De kamer, netjes. Teletekst in vredesnaam, dan weet ik meteen alles. Ik lees, Deens, Noors, men weet niet hoe veel doden er op het eiland gevonden zijn. Het regent dat het giet, het terrein buiten lijkt te overstromen. Denemarken rouwt ook. Ik SMS met mijn ouderwetse GSM Noorse vrienden of alles goed is met hen en hun familie.

De volgende ochtend zoekt mijn man CNN op. Het aantal doden is veel hoger dan verwacht. Een aantal uren later naderen we de haven van  Kristiansand. Ik luister naar Noorse folk in mijn MP-3 speler. Alle vlaggen hangen halfstok.

De Noorse TV staat geregeld aan. Overlevende Stine Renate Håheim (die op dat moment Helle Hoås Gannestad citeert) zegt op CNN: ‘Als één man zo veel haat kan laten zien, hoeveel liefde kunnen we dan niet met ons allen samen tonen’. Ik kan helemaal niets doen zonder internet.

Later bezoeken we Stavanger. We gaan op tijd terug, want we willen geen ramptoerist zijn bij de rosetog, een massale herdenking. In veel Noorse steden zijn die avond mensen op de been om liefde te tonen in antwoord op haat. Op 10 augustus leggen we witte rozen bij de Domkerk in Oslo.

Ruim een week na thuiskomst bezoek ik de Noorse Kerk in Rotterdam voor een herdenkingsdienst. De ambassadeur is aanwezig en ik teken het condoleanceregister. Ook zie ik die avond via internet een herdenkingsdienst, uitgezonden door de Noorse staatsomroep NRK. Jens Stoltenberg is een van de mensen die een speech houdt, Sissel Kyrkjebø zingt Til Ungdommen, een gedicht van Nordahl Grieg (1936). Een meisje zwom voor haar leven en vond onderweg moed uit regels van dit gedicht.

Ik wil nu zeker in Nederland blijven wonen om iets te doen. Wat ik kan doen, is me nog niet duidelijk, maar dat komt nog wel.

Tot in januari 2012 bloeien in onze voortuin de witte rozen.

 

Stavanger 25 juli 2011

Reacties zijn gesloten.