Levenservaring

Wie er oog voor heeft komt te veel nieuws tegen over jongeren die geen geschikte school kunnen vinden of met psychische problemen in de gesloten jeugdzorg terechtkomen.

Daar verzet ik me enorm tegen omdat ik zelf in de jaren ’80 hulp kreeg. Mijn vader leed in mijn jonge jaren diverse keren aan ernstige depressies en is aan een depressie overleden toen ik 36 was. Reden dat ik in een jeugdkliniek zat, was echter dat ik geregeld sloeg en schopte. Ik werd al behoorlijk gepest en met mijn enorme wilskracht accepteerde ik dat niet. ‘Het team’ wist er wel raad mee. Ik moest van de hypnotiserende stem van een therapeute ‘stoppen met strijden, anders ga je de vernietiging in’. En na deze sessie had ik sterker dan ooit het gevoel dat ik zelf schuldig was aan alle narigheid die ik jaren had ondergaan. Mijn gevoel dat het onrechtvaardig was dat ik gepest werd en vervolgens als enige straf kreeg was pijnlijk. En mijn onverzettelijkheid om dit echt niet meer te accepteren was dus fout. Ik moest me leren gedragen.

De rapportages gingen vooral over hoe ik me gedroeg. Als ik mijn verdriet even inslikte waren er positieve rapportages te lezen die ik mocht inzien. Wat ging het goed met me – en hoe dood voelde ik me van binnen.

Gaandeweg was er geen andere optie dan meegaan in de mening van deze kleine leefgemeenschap. Ik leefde mee met de gruwelijkheden die zwaar mishandelde en misbruikte jonge mensen hadden ondergaan, maar geen therapeut vond het naar voor me dat ik jarenlang gepest en gestraft was. Onderdeel van het behandelpakket was, dat ik genegeerd werd door begeleiders als ik vertelde hoe ik me voelde voor de opname. Ik hoefde niet over eenzaamheid te beginnen. Degenen die misbruikt waren, kregen het nog zwaarder voor de kiezen: ze moesten voor zichzelf leren opkomen ten overstaande van de dader.

Onlangs sprak ik hier voor het eerst met mijn moeder over. Tot mijn stomme verbazing zei ze dat niemand ooit wist dat ik gepest werd en dat iedereen zich altijd afvroeg waar mijn agressie toch vandaan kwam. Ook de deskundigen stonden voor een raadsel. Niemand vroeg me ook ooit waarom ik klappen gaf. Ik was er in mijn tienertijd van overtuigd dat ik een onaangenaam persoon was voor de medemens. Sinds mijn tiende werd ik al behandeld en ik ging ervan uit dat iedereen wist hoe de vork in de steel zat. Ik ben dus behandeld tegen agressief gedrag en er was alleen oog voor mijn aandeel in ‘conflicten’ (dat ging dus om situaties waarin ik werd gepest).

Ik zie nu het misverstand in. Voor het eerst in jaren kwam ik los van alles wat ik in de kliniek geleerd had, namelijk om mijn boosheid als iemand mijn grens overgaat te negeren. Alleen de aangepaste versie van mezelf had de ruimte gekregen. Ik ben nu eindelijk bevrijd.

De moderne jeugdpsychiatrie heeft veel meer oog voor gevolgen van pesten. Medewerkers krijgen door bezuiniging en bureaucratie alleen nog amper de kans om hun goede werk te doen. Daar hoeven we ons niet bij neer te leggen. Er ligt een schone taak voor iedereen die op welke manier ook met de GGZ en zorg voor de jeugd te maken heeft (gehad).

 

Reacties zijn gesloten.