Als rozen klappen

O, hoe ik vorig jaar rozen zag klappen als ik fietste.

Hoe gezond ik me voelde in de zon die scheen over de

rode bloemen. Mijn moeder is absoluut niet bang,

wellicht omdat ze zich al lang voorbereidt op het einde.

Gevaar van omhelzing ijzingwekkender dan ademnood.

 

Ze verzamelt haar foto’s, wil ze veilig back-uppen

en bewaren, zoals de fragiele vrouw op zichzelf past.

Mag niet naar haar toe met mijn hoest die longblaasjes

zo doet kriebelen en haar de adem zal benemen.

 

Vorig jaar april de zweem van enige warmte met die

kille koude wind. Een klaproos is het verlangen van de

bodem dat elk beetje nattigheid opzuigt in vrede.

Zij praat, afgesloten voor mijn kuchje in haar

quarantainekamer, over ‘45 alsof het gisteren is.

 

Reacties zijn gesloten.